Honden

Ik wandel elke dag zo’n 10.000 stappen, omdat lopen goed voor me zou zijn. Ik loop zonder hond.

Een rondje lopen in mijn eigen woonplaats Wijk bij Duurstede is naast dat ik mijn loopvaardigheden op peil probeer te houden, in alle opzichten een uitdaging en ik ga je nu uitleggen waarom:

Waarom de beesten het doen, weet ik niet, maar niet zelden komt zomaar uit het niets of uit de bosjes een blaffende hond op mij afgerend en springt hij of zij tegen mij op. Meestal is de viervoeter dan onaangelijnd, niet altijd. Ik schrik me dan rot, raak daardoor in een ‘freeze’ en start met het doen van verwoede pogingen om mijn balans terug te vinden. Het door het baasje geruststellende “hij doet niets, hoor”, gaat niet op voor mij. Want hij doet vanalles! De hond dan. Nawankelend en letterlijk met stomheid geslagen ontvang ik niet zelden een kritische nabrander van de eigenaar: “nou zeg, jij hebt ook een niet al te best humeur”. Want ik was – letterlijk uit het lood geslagen zijnde – even niet in staat het naar Nederlandse standaard vriendelijk “goeiemorgen” te zeggen …

Even erg zijn die lange lijnen. Je kent ze wel: ze lijken kort, maar zijn het niet. Je loopt op het looppad op een hond-met-eigenaar af (of hij op jou, het ligt er maar net aan vanaf welk perspectief je het bekijkt) en je schat de kans in of jij of de hond opzij gaat. Je weet dat jij dat zal zijn, want een hond gaat niet vanzelf opzij, maar komt altijd nieuwsgierig en kwispelstaartend naar jou toe. Alsof hij denkt dat jij zijn baasje in zijn vorige leven was en hij of zij nog iets goed te maken heeft, ofzo. Je past je dus aan aan de beweegrichting van de hond (wat moet je anders) en vertraagt je marstempo. Maar vlak voordat je passeert schiet de hond alsnog voor jou langs, omdat-ie een poes opeens toch interessanter vindt. Jij breekt je nek over de lijn, die onverwachts opeens heel lang is en jouw looppad doorkruist!

‘s-Avonds in de schemering is het al helemaal gevaarlijk om buiten te wandelen. Honden kunnen dan – heb ik gemerkt – opeens heel eng gaan grommen of hun tanden laten zien als je hen in het halfdonker voorbijloopt. Ze schijnen dan bang te zijn voor mij, heb ik me laten vertellen. Nou, ik kan je zeggen: Ik ben dat dan óók! Er zijn gebieden die ik intussen ontloop en soms maak ik haastig rechtsomkeert als een gromhond mij in een ander gebied dat ik veilig achtte, de stuipen op het lijf jaagt.

Ik heb intussen ontdekt dat een wandelpad bedoeld is voor honden en hun eigenaar en ik als voetganger door het gras moet gaan als ik wil passeren. Helemaal als 2 of meer eigenaren elkaar ontmoeten, want dan is het hele pad geblokkeerd en omgetoverd tot iets wat lijkt op een gezellige buurtborrel en wordt er noch op honden, noch op onschuldige voetgangers meer gelet. Dan ga ik maar door het gras alwaar ik vervolgens in de hondenstrond stap, omdat veel drollen niet zijn opgeruimd.

Maar!

Heeel soms gaat het anders. En dat is gaaf! Er is dan – als ik of een andere wandelaar eraan komt – een eigenaar die zijn hond eventjes echt kort houdt en soms zelfs met zijn viervoeter een stap het gras indoet. Dat is top en echt heel mooi om te zien. Zo hoort het ook, vind ik. Als alle eigenaren zo omgaan met hun beest en met voetgangers, vind ik honden weer fantastisch! Ik ben dus zeker geen hondenhater, maar zou wat meer opvoedkundige talenten en inlevingsvermogen in de ook-wandelende medeburger op prijs stellen!

En tot dan toe zie ik mijn dagelijkse wandeling tevens maar als middel om multi-tasken en allerlei andere vaardigheden te blijven oefenen. Om van de nood de deugd te maken.

Maar het vriendelijk groeten schiet er dan soms bij in …

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *