Mijn vader, de veelwandelaar! Had hij misschien al veel langer Parkinson?

Even voor zijn 80ste werd mijn vader gediagnosticeerd met Parkinsonisme. Hij vertoonde veel kenmerken van Parkinson, maar werd in de eerste week dat hij medicatie gebruikte om dat te testen erg beroerd. Mijn moeder vond het daarom beter dat hij met die medicijnen stopte – ik herinner me dat nog goed, hoewel dit al gauw zo’n 20 jaar terug moet hebben plaatsgevonden. Mijn vader kreeg de diagnose Parkinsonisme en daarmee was de kous af. Een langdurige blaasontsteking en later ook een longontsteking werden hem uiteindelijk fataal.

Maar … zolang als ik me mijn vader kan herinneren (vanaf zijn 50ste), kon hij niet zonder hulp van mijn moeder zijn jas dichtritsen of een knoopje dichtdoen, was hij niet in staat om een opengeknipt koffiepak in een daarvoor bestemd busje te gooien, reed hij geen auto (hij was echt een gevaar op de weg!). Netjes eten ging hem niet zo goed af. En hoewel hij een echte lieverd was (!), stond zijn gezicht altijd streng. Van mensen die hem langer kenden dan ik, hoorde ik dat hij ‘vroeger’ een vrolijke gangmaker was. Ik kende hem als rustige, teruggetrokken man die een broertje dood had aan alles dat riekte naar stress en gedoe. Als kind wist je niet beter, je vader wás zo, en zoals hij was, was hij goed! Maar nu … vraag ik mij af of hij niet al heel lang Parkinson onder de leden had, vergezeld door een instinkt dat hem influisterde “Blijf wandelen, Dick! Blijf veeel wandelen!!”.

Nou, en dat deed hij! Elke dag naar zijn werk van Zwijndrecht naar Alblasserdam (8 km), heen en terug (dus 16!). Hij wandelde ook in de weekeinden. En trok in de zomer de bergen in. Ook echt hoge! En na zijn pensioen bleef hij fanatiek wandelen. Totdat hij dan die blaasontsteking kreeg.

Hieronder vind je een oud krantenartikel over zijn dagelijkse voettocht. Het dateert uit 1976, hij was toen 53.